Gaat de Wet DBA averechts werken?

Een zelfstandige bouwvakker zonder personeel moet zometeen goed opletten welke hamer of troffel hij gebruikt. Ook zijn opdrachtgever dient er op toe te zien dat de ingehuurde kracht zelf spijkers en cement meebrengt naar het werk. In de modelovereenkomst voor de bouw, waarmee de Belastingdienst gaat beoordelen of er geen sprake is van schijnzelfstandigheid, staat namelijk dat zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) bij hun werk gebruikmaken van eigen gereedschap en eigen materiaal.

Het voorbeeld van de bouw illustreert volgens belastingadviseur Jan-Bertram Rietveld van EY de onzekerheid die ontstaat als per 1 april de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) wordt vervangen door de Wet deregulering arbeidsrelaties (DBA). Als opdrachtgever en opdrachtnemer een modelovereenkomst sluiten en de opdracht wordt conform die overeenkomst uitgevoerd, gaat de Belastingdienst ervan uit dat er sprake is van zelfstandig ondernemerschap.

De half miljoen VAR-verklaringen per jaar zijn de fiscus boven het hoofd gegroeid

Wat doet de rechter?

Maar hoe oordeelt de fiscus als de zzp’er een stuk gereedschap thuis heeft laten liggen en de hamer van zijn opdrachtgever gebruikt, vraagt Rietveld zich af. Is er dan sprake van een dienstverband, waardoor de opdrachtgever opeens werkgever blijkt te zijn en de zzp’er al even plotseling werknemer? En wat doet een rechter als een zzp’er betoogt dat hij zijn opdracht in een gezagsverhouding met zijn opdrachtgever heeft uitgevoerd, en dus aanspraak kan maken op een dienstverband?

Een VAR-verklaring van de fiscus vrijwaart opdrachtgevers van deze risico’s en legt de verantwoordelijkheid voor het zelfstandig ondernemerschap bij de zzp’er. Maar het afgeven van 500.000 VAR-verklaringen per jaar is, volgens staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën, een zware belasting voor de fiscus. Laat staan dat de fiscus toekomt aan controle op schijnzelfstandigheid.

Vernietigend advies

De noodzaak om de regels te veranderen, staat echter ter discussie. De Raad van State merkte in zijn vernietigende advies al op dat omvang van het probleem van schijnzelfstandigheid onduidelijk is. Rietveld pleit er voor om de vragenlijst voor een VAR-verklaring aan te scherpen en de controle te verbeteren in plaats van opdrachtgevers op te schepen met onzekerheid.

Behandeling door Eerste Kamer uitgesteld

De behandeling van de Wet deregulering arbeidsrelaties (DBA) aanstaande dinsdag in de Eerste Kamer is uitgesteld. Het wachten is op antwoorden van staatssecretaris Wiebes van Financiën op schriftelijke vragen.

De Tweede Kamer ging vorig jaar juli akkoord met de wet. Alleen de SP stemde tegen. In de Eerste Kamer toonden echter ook CDA en D66 zich kritisch. Daarom is invoering van de wet al drie maanden vooruitgeschoven, naar 1 april.

Het uitstel heeft vrucht afgeworpen, zegt CDA-senator Marnix van Rij. Wiebes heeft 2016 bestempeld als overgangsjaar, waarin de Belastingdienst terughoudend zal zijn bij handhaving van de nieuwe regels. Verder is er vooruitgang geboekt met de modelovereenkomsten, aldus Van Rij.

D66-senator Alexander Rinnooy Kan zegt dat zijn twijfels juist zijn toegenomen. Hij vindt dat de wet DBA thuishoort in de bredere discussie over vaste en flexibele arbeid. Het kabinet heeft die discussie in de ijskast gezet.

Met alleen D66 en SP tegen komt de wet in de Eerste Kamer niet in gevaar.

De nieuwe wet biedt veel minder zekerheid dan de VAR, zegt ook belastingadviseur Cor Overduin van Grant Thornton. De modelovereenkomsten missen een wettelijke basis en de geboden vrijwaring is voorwaardelijk. Als de fiscus bij controle oordeelt dat in feite sprake is van een dienstverband, draait de opdrachtgever alsnog op voor loonbelasting en sociale premies, terwijl de opdrachtnemer zijn fiscale voordelen als zzp’er verliest.

Klanten terughoudender

Overduin zegt dat de wetswijziging tot veel onrust bij zijn klanten leidt: ‘Ze zijn veel terughoudender om met zzp’ers in zee te gaan. De onzekerheid die de nieuwe wet teweegbrengt, zal daardoor een remmend effect hebben op de economische groei.’

Directeur Jurrien Koops van de Algemene Bond Uitzendorganisaties (ABU) meent dat de nieuwe wet zijn doel voorbij schiet: ‘Er bereiken mij steeds meer signalen van bedrijven die de risico’s van zzp-inhuur helemaal niet meer aandurven. Het doel van de DBA was de relatie tussen opdrachtgever en –nemer beter in balans brengen, en in geval van schijnconstructies meer mensen in vaste dienst krijgen. Die doelen zullen niet bereikt worden. De opzet van Asscher (minister van Sociale Zaken, red.) was minder bemiddeling en het aantal flexconstructies terug dringen. Maar de keten wordt juist langer. Hoe groter de onzekerheid, des te langer de keten, dat is een keurige wetmatigheid.’

‘Er bereiken mij steeds meer signalen van bedrijven die de risico’s van zzp-inhuur helemaal niet meer aandurven’

Onwetendheid

Maarten Post van belangenorganisatie ZZP Nederland constateert dat er bij opdrachtgevers veel onwetendheid is over de nieuwe regels. ‘Veel bemiddelaars maken daar gretig misbruik van’, zegt hij. ‘Er ontstaan vormen van zzp-bemiddeling waarbij de marges voor tussenpersonen torenhoog zijn, tot zelfs 30% in de zorg. Daar draait de zelfstandige voor op, die krijgt een lager tarief. De vraag is bovendien of de opdrachtgever in zo’n constructie wel echt is gevrijwaard en of het niet gewoon gaat om een schijnconstructie in een andere vorm.’

Detacheringbedrijf IT Staffing zegt veel meer werk te hebben door de beoogde wetswijziging per 1 april. Maar onverdeeld gelukkig is financieel bestuurder Marc Nijhuis niet. ‘Het probleem van schijnzelfstandigheid is relatief klein en daar gaan we nu met een bazooka op schieten. Veel bedrijven beginnen zich zorgen te maken en willen geen directe relatie met zzp’ers meer. Wij worden steeds vaker ingezet om te ontzorgen, ook door ministeries en provincies. Maar dat wil niet zeggen dat wij likkebaardend toekijken, integendeel: wij moeten ook inventariseren welke risico’s we zelf lopen. Wij hebben 1500 ict-professionals onder contract. Het kan zijn dat we een aantal professionals moeten overzetten naar een uitzendconstructie. Daar valt nu nog niets definitiefs over te zeggen.’

Bron [Financieel Dagblad]